Blog van ExpEx Julia

Ik ben Julia, negentien jaar en fulltime rechtenstudente, maar daarnaast ook ervaringsdeskundige bij Expex Midden-Holland, één van de projecten van stichting KernKracht. Ik hoor je denken: “wat is dat, ervaringsdeskundige?”

Het is een lang verhaal, mijn verhaal. Laten we bij het begin beginnen. Als kind was ik vrij onzeker. Deze onzekerheid ontwikkelde zich rond mijn dertiende in een eetstoornis, waardoor ik ook depressief werd. Net als een hele boel andere kinderen en jongeren belandde ik in de ‘cirkel’ van het ggz. Deze cirkel hield in dat het steeds een beetje beter ging, maar altijd viel ik terug in mijn oude patronen. Ik was dertien toen ik voor het eerst ‘hulp’ kreeg en helaas had ik een paar jaar later, rond mijn zestiende, al een heleboel psychologen gezien. Jammer genoeg ben ik tijdens deze jaren in dit proces nooit iemand tegengekomen die echt tot mij door kon dringen. Iemand bij wie ik daadwerkelijk het gevoel had gehoord en begrepen te worden. Iemand die mij serieus nam.

Eind 2018 begon ik mij slechter te voelen dan normaal. Niet alleen depressief en somber, maar ook onwijs moe. Ik ging naar de dokter en die zei dat ik een ‘opkikker’ nodig had. Ik bleef volhouden dat dit anders was dan normaal, dat het mij niet lukte om hieruit te komen. De dokter besloot uiteindelijk om mij te testen op Pfeiffer, en dat bleek ik toen te hebben. Dit is een voorbeeld van hoe het stempeltje van een stoornis zelfs binnen de zorg in de weg kan zitten. Ieder andere jongere zonder diagnose was meteen op Pfeiffer getest.

Pfeiffer wordt veroorzaakt door een bacterie en is over het algemeen geen ernstige ziekte. De symptomen van Pfeiffer, die voornamelijk bestaan uit vermoeidheid, kunnen echter in duur en ernst variëren. Helaas had ik niet zo veel geluk met de symptomen. Ik was wekenlang elke dag doodmoe. Op de dagen dat ik (voor twee uurtjes) naar school ging moest ik in de middag een paar uur thuis bijslapen. Ook sporten en met vrienden afspreken kon amper. Alle bescherming die ik had opgebouwd om tegen mijn depressieve gedachten te vechten, viel daarmee weg. Ik voelde mij opgesloten in mijn eigen lichaam.

In deze periode ging het snel steeds slechter met mij. Mijn depressieve gedachten werden mijn werkelijkheid, en zo werd ik in een korte tijd heel suïcidaal. Ik stelde mij open bij een vertrouwenspersoon op school. Zo vertelde ik haar dat ik ervan overtuigd was dat het voor iedereen beter was als ik er niet meer zou zijn. Dat heeft toen min of meer mijn leven gered. Nog diezelfde dag werd ik gedwongen opgenomen, voor mijn eigen veiligheid.

Maar hier wordt het ingewikkeld. Hoewel een gedwongen opname veiligheid zou moeten garanderen, was dit niet het geval bij mij en ging het mis. Door mijn depressie beschadigde ik mezelf heftig, waardoor ik regelmatig naar de eerste hulp moest. In de kliniek werd ik niet scherp in de gaten gehouden. Dat ging mis. Door de zelfbeschadiging kwam ik in een levensgevaarlijke situatie. Al op de eerste dag van mijn gedwongen opname werd ik met een ambulance naar het LUMC gebracht. De dokter vertelde me dat ik geluk had gehad, en dat het niet veel had gescheeld voordat mijn verwondingen onherstelbaar waren geweest. Later kwam pas tot mij binnen hoeveel geluk ik heb gehad dat een van de sociotherapeuten besloot om bij mij te komen kijken.

Wat er op die avond gebeurd is, had nooit mogen gebeuren. Ik was boos, verdrietig en had het gevoel nergens echt veilig te zijn.

Ik besefte mij dat ik een dieptepunt had bereikt. Ondanks de jaren aan therapie, psychologische hulp en gesprekken. Al die jaren van energie en vechten. Waar was het mis gegaan? Ik kon niet langer meer leven op deze manier. Maar toen gebeurde er iets in de kliniek wat mij hoop gaf.

Ik had voor het eerst een gesprek met iemand die door mijn depressieve gedachten heen leek te kijken. Een zorgverlener die niet al mijn zorgen en angsten wegschoof alsof het niets was, maar erover met mij in gesprek ging. Hij toonde begrip en nam mij serieus. Dat gaf mij hoop en vertrouwen. Daardoor lukte het mij om de knop in mijn hoofd om te draaien. Ik wilde mijn leven weer van mij maken.

Maar toen kwam het tweede obstakel: de wachtlijst van de ggz. Je zou misschien denken dat een persoon die rechtstreeks uit een gedwongen opname komt, snel hulp krijgt. Maar dat is helaas niet het geval in ons land. Ik heb ruim een half jaar moeten wachten op mijn behandeling. Het feit dat ik zo lang moest wachten op hulp, maakt mij boos. En ik hoop dat het jou als lezer ook boos maakt. Jongeren die suïcidaal zijn, zouden geen half jaar moeten wachten voor een gesprek bij de psycholoog. Maar dat is wel de werkelijkheid in Nederland.

Gelukkig heb ik de wachttijd volgehouden. Maar mijn hart breekt voor iedereen die het niet haalt. Voor de jongeren die er nu nog zouden zijn, als de jeugdhulp beter was.

Nadat ik hulp kreeg van mijn nieuwe psycholoog, ging het veel beter met mij. Het was echt alsof ik een soort loterij had gewonnen, na alle psychologen waar ik totaal geen klik mee had. Op een gegeven moment besefte ik mij dat ik mijn verleden op de een of andere manier moest gaan accepteren. Ik wilde niet langer een deel van mijn leven proberen te vergeten. Mijn depressie en verleden in de hulpverlening zijn onderdeel van wie ik ben. En toen kreeg ik op een dag een appje binnen van een vriendin. Ze vroeg: ‘Is dit niet iets voor jou?’.

Het appje ging over Expex. Dit is een organisatie met allemaal jongeren die anderen willen helpen doormiddel van hun levenservaringen. En dat klikte meteen. Nu leer ik mijn eigen ervaring deskundig in te zetten om andere jongeren te steunen, dat was precies wat ik nodig had om mijn verleden te accepteren.

De ervaringsdeskundigheid die ik geleerd heb tijdens de training wil ik ook inzetten als crowdmember voor future the crowd. Om andere jongeren te inspireren, ondersteunen en vooral om te laten zien dat het voor iedereen mogelijk is om te herstellen. Hoe diep je ook zakt, en ook als mensen om je heen beginnen te twijfelen. Jij kan regie nemen over je leven.

Vorige week heb ik de training tot ervaringsdeskundige bij Expex Midden-Holland afgerond. Nu kan ik aan de slag als ervaringsdeskundige door een-op-een contact te hebben met zogenaamde maatjes, en door voorlichting te geven over de problematiek waar ik vroeger mee worstelde. Ik vind het zo onwijs belangrijk dat er meer mensen in de zorgverlening werken die niet bang zijn hun eigen ervaring te delen. Want waarom zou dat niet kunnen, als het mensen zo onwijs veel helpt? En hoe raar is het dat therapeuten ons vertellen dat je open moet zijn tegen hen maar zelf niet open zijn naar ons? Zorgverlening werkt pas echt goed als er wederzijds vertrouwen bestaat.

Er hangt een stigma rondom mentale gezondheid in onze maatschappij. Wij als maatschappij vinden het vreemd om te zeggen ‘Ik heb zo een afspraak met mijn therapeut’. Maar waarom? We vinden het toch ook niet raar om te zeggen dat we een afspraak bij de huisarts hebben? De mentale gezondheid van iedereen zou ontzettend kunnen verbeteren als we er met elkaar op het schoolplein, in de klas of op het werk bij het koffiezetapparaat open over konden praten.

Over een paar jaar, als ik klaar ben met mijn studie, wil ik aan de slag in de rechtspraktijk. En ook dan kies ik ervoor open te zijn over wat ik heb meegemaakt. Juist dan. Om te laten zien dat de stereotypen niet kloppen. Laten we dit met z’n allen aanpakken!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *