‘Structurele samenwerking tussen huisarts en psychiatrie nodig’

Met de komst van de poh-ggz is het aantal verwijzingen naar de basis-ggz en de specialistische ggz niet gedaald. Elnathan Prinsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), wil daarmee zeker niet zeggen dat de poh-ggz geen waarde heeft in de huisartspraktijk of geen zinnig werk doet voor de patiënt. Maar er ligt wel een probleem.

Eerst even terug naar tien jaar geleden. We zagen toen de opkomst van de poh-ggz in de huisartspraktijk. Wat was de inschatting van de NVvP over wat dit zou gaan betekenen voor de verwijzing naar de psychiatrie?
Prinsen: “De hoop was natuurlijk dat daarmee de eerste lijn werd versterkt, zodat zorg werd weggevangen voor de tweede lijn. We wisten dat de ene huisarts meer affiniteit had met psychiatrie dan de andere, en het idee was dat de aanwezigheid van een poh-ggz in de praktijk die aandacht zou vergroten.”

Zijn de verwachtingen uitgekomen?
“Ik denk dat je moet constateren dat dit niet het geval is. Het aantal verwijzingen naar de specialistische ggz is niet gedaald, maar stabiel gebleven. Ook in de basis-ggz heeft de inzet van de poh-ggz niet tot een afname geleid. We hadden gehoopt dat de inzet van de poh-ggz tot gerichtere verwijzingen zou leiden en dat het helpend zou zijn in het kader van de wachttijden voor de ggz, maar die verwachting is dus niet uitgekomen. De enige conclusie die dan overblijft, is dat door de poh-ggz meer mensen in behandeling zijn gekomen in de ggz. De vraag waarom geen verschuiving heeft opgetreden is lastig. Het ggz-aanbod is met de komst van de poh-ggz groter geworden, de helft van de 1,2 miljoen mensen die ggz-zorg ontvangt krijgt die van de poh.”

“De vraag of dit betekent dat de toegang voor de patiënt tot de ggz gemakkelijker is geworden, laat zich niet beantwoorden zonder de achterliggende vraag hoe breed je de ggz moet definiëren. We weten dat de epidemiologie van psychiatrische stoornissen heel stabiel is. Die is niet veranderd in de jaren sinds de komst van de poh-ggz. Toch stijgen de vraag naar en het aanbod van de ggz. Het budget voor de totale ggz is ook gegroeid. Daarbij zien we dat vooral het aanbod voor de lichtere psychiatrische problematiek is gestegen, maar dat het voor de zwaardere zorg beperkter is geworden. Het is een feit dat er geen bezuinigingen zijn op het totale ggz-budget, maar de vraag rijst of de verdeling logisch is. Als je in de eerste lijn zorg inzet die als doel heeft zorg in de tweede lijn te voorkomen, is theoretisch gezien sprake van een heel heldere en lonende doelstelling. Maar als de feiten laten zien dat dit niet lukt, kun je vragen stellen bij de doelmatigheid van dat aanbod in de eerste lijn. En dan doet dat ook iets met de beeldvorming van de ggz.”

Bron: nvvp.net

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *