Het fenomeen ‘overprikkeling’: 5 vragen en antwoorden (deel 1)

Overprikkeling komt veel voor bij mensen met een hersenaandoening. Het kan leiden tot klachten als vermoeidheid, overgeven en hoofdpijn. Of het kan de klachten die je al hebt door een hersenaandoening erger maken. Dr. Tanja Nijboer beantwoordt namens de Hersenstichting de tien meest gestelde vragen over overprikkeling die tijdens het webinar ‘Prikkels’ van het fitte brein werden gesteld. Dit zijn de eerste vijf.

1. Kun je overprikkeling meten? Hoeveel mensen hebben er last van? 
Schattingen lopen sterk uiteen maar we weten dat na hersenletsel heel veel mensen klachten hebben met betrekking tot (zintuiglijke) overprikkeling. Het is moeilijk precies te schatten hoeveel mensen dat zijn, omdat er op dit moment nog geen goede, objectieve test beschikbaar is. Daardoor weten we ook nog niet precies welk type overprikkeling op de voorgrond staat, hoe het verschijnsel ontstaat en hoelang het duurt voor het afneemt, etc.

2. Bij welke aandoeningen komt overprikkeling voor? Heeft een gezond brein ook last van overprikkeling? 
Overprikkeling komt bij heel veel aandoeningen voor. Enkele voorbeelden zijn: niet aangeboren hersenletsel (NAH), depressie, autisme, ADHD, Parkinson, angststoornissen, migraine, burn-out en multiple sclerose. Ook wordt overprikkeling veel gerelateerd aan hoogsensitiviteit. Het is wel belangrijk te beseffen dat dit laatste geen aandoening is, maar een persoonlijkheidskenmerk. Het is dus zeker mogelijk dat mensen met een gezond brein ook last hebben van overprikkeling.

3. Welke gevolgen heeft overprikkeling? 
Overprikkeling gaat vaak gepaard met hoofdpijn, vermoeidheid, stress, verminderde concentratie, slaapproblemen, onrust, en het overlopen van emoties. Bij sommige mensen leidt dit tot tijdelijke uitvalsverschijnselen, koorts, overgeven of een epileptische aanval. Afhankelijk van de mate van overprikkeling, persoonlijke factoren, en de mate van rust of ‘onderprikkeling’, kunnen deze gevolgen uren tot dagen blijven bestaan. Overprikkeling kan uiteindelijk ook  leiden tot forse beperking, invaliditeit en een deels of volledig geïsoleerd bestaan.

Van de buitenkant is het moeilijk te zien of iemand last heeft van overprikkeling. Dagelijkse activiteiten als werken, studeren, een gezin runnen, of zelfs koken en boodschappen doen, lukken ineens niet meer. Dat dit ‘onzichtbare’ gevolgen van hersenletsel zijn, maakt het extra moeilijk. Niet iedereen begrijpt de verandering die iemand na hersenletsel meemaakt, en dat een situatie die normaal is voor de één, onleefbaar kan zijn voor iemand met overprikkeling. Voor de een maakt het in de supermarkt niet veel uit hoe druk het is. Voor de ander is de topdrukte tussen 5 en 6 uur ‘s avonds onhanteerbaar

4. Hoe kun je overprikkeling voorkomen?
Helemaal voorkomen is lastig. Mensen moeten eerst hun grenzen leren kennen en de situaties die voor hen tot overprikkeling leiden leren herkennen. Dan is voorkomen pas beter mogelijk. Het is daarbij wel belangrijk om heel langzaam activiteiten in het dagelijks leven op te bouwen en hierbij zou advies vanuit de zorg al een eerste stap kunnen/moeten zijn. Probeer eerst een paar uur werk te hervatten en kijk hoe de dag erna voelt bijvoorbeeld.

Daarnaast is het belangrijk om te leren accepteren dat je veranderd bent. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan en kan een langdurig proces zijn. Je beperkingen maken dat je je oude leven niet kunt oppakken en dit kan heel frustrerend zijn.

Enkele tips zijn:

  • Gun jezelf de tijd om aan de nieuwe situatie en je nieuwe grenzen te wennen.
  • Zorg dat je de dingen die voor jou belangrijk zijn (goede vrienden of familie zien, persoonlijke hygiëne of sport onderhouden) toch blijft doen, maar creëer genoeg rust ervoor en erna. Dit vergt overzicht van al je mogelijke afspraken. Indien het niet goed lukt om dit overzicht alleen te maken, vraag dan iemand je te helpen. Daarna kun je zelf een prioriteitenlijst maken.
  • Ontmoet mensen op een rustige plek, bijvoorbeeld bij je thuis, in een bibliotheek of buiten in een bos tijdens een wandeling.
  • Als je weet wat je eigen beperkingen zijn, kan het je helpen ermee om te gaan. Je kunt dan ook duidelijker uitleggen aan een ander wat jou helpt. Blijf dat ook vooral doen!
  • Vermijd stress en leer omgaan met je gevoel voor tijdsdruk. Plan voldoende ruimte in voor je activiteiten, maar vergeet daarbij niet ook ruimte te bewaren voor de ‘ontprikkeling’ erna en zeker ook rust voor de afspraken die op je prioriteitenlijst staan.

5. Wordt overprikkeling in de loop van de tijd minder? Welke behandelingen zijn er? 
Er zijn nog nauwelijks vastgestelde behandelingen voor overprikkeling. Behandeling kan zich wel bijvoorbeeld richten op:

  • goede uitleg over prikkels, prikkelverwerking en hersenletsel aan de persoon met hersenletsel en de naasten, zodat ook uitleg naar de omgeving makkelijker wordt
  • opnieuw leren regelen en plannen van je balans door hulpmiddelen en rust (compensatiestrategie)
  • inzetten van mindfulness
  • trainen van je aandacht
  • achterhalen welke extra externe filters goed werken (noise cancellation bijvoorbeeld)
  • het leren accepteren van je situatie

 

Bron: hersenstichting.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *