Onderzoekers zien overdiagnose ADHD

De prevalentie van ADHD is in de afgelopen tien jaar substantieel toegenomen. Het aantal recepten voor medicatie voor kinderen is verdubbeld en voor volwassenen verviervoudigd. Onderzoekers vrezen dat de diagnose ADHD te makkelijk wordt gesteld. 

Dit schrijven onderzoekers, waaronder Rae Thomas en Laura Batstra in het artikel Attention-deficit/hyperactivity disorder: are we helping or harming? in het novembernummer van het BMJ. De prevalentie van de diagnose ADHD is in de Verenigde Staten gestegen van 6,9 procent in 1997 naar 9,5% in 2007. In Nederland is de prevalentie in dezelfde periode verdubbeld. Ook in andere landen is een vergelijkbare toename geconstateerd.

Criteria

Oorzaken voor de toename van de prevalentie is volgens de onderzoekers de bredere definitie van ADHD in opeenvolgende edities van DSM en de angst voor onderdiagnoses.

De onderzoekers claimen bewijs te hebben gevonden dat ADHD nu juist wordt overgediagnosticeerd. De meerderheid van de ADHD criteria is subjectief, stellen zij. De prevalentie verschilt sterk tussen de landen en er is bewijs dat onjuiste vergelijkingen, sekse en heuristieken bijdragen aan onjuiste diagnoses.

Overdiagnose

Overdiagnoses kosten volgens de onderzoekers niet alleen veel geld, medicatie kan ook leiden tot bijwerkingen bij kinderen. Daarbij leidt een diagnose tot stigmatisering. Kinderen met het label ADHD worden als luier en minder slim dan hun leeftijdgenoten geclassificeerd. Leraren en ouders zouden lagere onderwijsverwachtingen hebben wat kan leiden tot eenself fulfilling prophecy.

Diagnosestelling

De onderzoekers pleiten daarom voor een conservatieve diagnosestelling via een vijfstappenplan. Het stappenplan heeft als doel onnodige diagnoses te voorkomen zonder daarmee het risico op onderdiagnose te vergroten.

Stappenplan

Stap één is het verzamelen van basale informatie van meer dan een bron. Vervolgens moet worden onderzocht of de klachten andere oorzaken kunnen hebben zoals slaapproblemen of spanningen. Vervolgens moet een periode worden ingelast waarin het kind wordt geobserveerd zodat als problemen blijven voortduren  moet worden overgegaan tot minimale interventie zoals bibliotherapie of zelfhulptraining voor ouders bij hyperactieve kinderen. De term ADHD moet hierbij nog niet worden genoemd. Spreek liever in termen van concentratieproblemen, rusteloosheid en gedragsmoeilijkheden, adviseren de onderzoekers.

Als deze minimale interventie onvoldoende blijkt, wordt een korte behandeling aangeraden van vijf tot zes sessies waarin de patiënt leert om te gaan met hyperactiviteit en concentratieproblemen. Pas bij stap zes, als problemen aanhouden moet worden overgegaan op intensieve therapie in de tweedelijnszorg voor een definitieve diagnose en behandeling.

Bron: artsennet.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *