“Coronatijd vraagt om extra aandacht voor pestgedrag”

In coronatijd zien jongeren hun vrienden en klasgenoten minder vaak. Deze sociale isolatie kan er – met name bij pubers – flink inhakken. Vrienden zijn van grote betekenis voor hen. Ook slachtoffers van pesten kunnen het in coronatijd extra moeilijk hebben. Het pestgedrag kan via digitale middelen onverminderd doorgaan, terwijl slachtoffers minder makkelijk op vrienden of andere klasgenoten kunnen terugvallen door beperkt face-to-face contact.

“De inzet van anti-pestprogramma’s zijn in deze uitzonderlijke tijd dan ook extra belangrijk”, zei pedagoog Lydia Laninga-Wijnen tijdens de Landelijke Dag tegen Pesten op 19 april.

Omringd door vrienden
Pesten kan veel leed veroorzaken onder kinderen en jongeren. De coronarestricties maken het er voor pestslachtoffers niet beter op. “Uit literatuuronderzoek blijkt dat slachtoffers van pesten zich minder slecht voelen als ze omringd worden door vrienden”, aldus Laninga-Wijnen. “Maar dan wel door vrienden die zelf niet gepest worden. Als die goede vriend of vriendin zelf ook slachtoffer is van pesten, praat je er onderling meer over. En maak je de ervaring nog groter en negatiever in je hoofd.”

Groepsproces
Er zijn de afgelopen jaren diverse anti-pestprogramma’s ontwikkeld. “De één effectiever dan de ander”, beaamt Laninga-Wijnen. Ze onderzoekt werkzame componenten in anti-pestprogramma’s zoals SterkWerk of KiVa. Haar advies: “Pesten is een groepsproces, zo moeten leerkrachten het ook benaderen. Kinderen pesten elkaar om status te verwerven. Daarom is het belangrijk dat leerlingen leren dat je ook status verwerft door je aardig te gedragen of een talent in te zetten. SterkWerk maakt gebruik van complimenten en rollenspelen, waarbij een leerling een verantwoordelijke taak binnen de groep krijgt, zoals pleinwacht of voorzitter van een groepsdiscussie. Ook blijkt uit mijn onderzoek dat het uitlokken van empathie goed uitpakt”

Opmerkelijk genoeg kan een anti-pestprogramma voor een meerderheid van de groep positief uitpakken, maar voor een individuele leerling juist averechts werken, weet Laninga-Wijnen.

“Als meer kinderen in een groep gepest worden, kun je denken dat het niet jouw schuld is maar van de omgeving. Als dat aantal afneemt en de meerderheid van de kinderen geen hinder meer ervaart van pesten en juist aardig gedrag naar elkaar laat zien, kun je als overgebleven slachtoffer gaan twijfelen aan je eigenwaarde. De sociale vergelijking gaat immers niet meer op. Het pesten betrekken ze dan op zichzelf: blijkbaar is er iets mis met mij. Dit wordt ook wel de ‘Gezonde School Paradox’ genoemd. Komende jaren zal ik onderzoeken hoe we ook deze ‘overgebleven slachtoffers’ kunnen helpen.”

Bron: uu.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *