Tips om angst en paniek te hanteren

1 op de 5 Nederlanders heeft last van een angststoornis. Maastricht UMC geeft tips over omgaan met angst en paniek.

Heel veel mensen hebben er last van: angst! Eén op de vijf zelfs dagelijks. Angst kan je leven beheersen. Mensen gaan er soms jarenlang onder gebukt. Toch is er vaak iets aan te doen. Stap één: de angst onder ogen zien.

Angst is een natuurlijk overlevingsmechanisme dat je leven kan redden. De dreiging van gevaar geeft ons lichaam namelijk een signaal dat het tijd is om te vluchten of vechten. En dankzij de snelle aanmaak van hormonen als adrenaline en cortisol lukt het om meteen te reageren. Gelukkig komen we tegenwoordig niet meer zo vaak in acuut bedreigende situaties terecht. Toch leidt één op de vijf mensen aan een angststoornis.

Tips om iemand met angst en/of paniek te helpen:

  1. Erken altijd de angst van partner, kind, collega of vriend(in). Ook al lijkt die overdreven en niet terecht. Blijf over de angsten praten en blijf hem of haar stimuleren de angstige situaties niet uit de weg te gaan. Maar wees niet dwingend.
  2. Dring er bij partner, collega of vriend(in) op aan om professionele hulp te zoeken.
  3. Zoek naar meer informatie over angststoornissen op internet, in de boekhandel of  bibliotheek. Met die kennis kun je een ander beter helpen.
  4. Zoek zelf ook steun in angstige tijden. Denk bijvoorbeeld aan lotgenotencontact.

Pas op met drugs!

Door misbruik van geneesmiddelen, drugs en alcohol kunnen ook angst- of paniekaanvallen ontstaan. Dit gebeurt meestal bij overmatig gebruik (vergiftiging) of in combinatie met ontwenningsverschijnselen. En hoewel een paar koppen koffie onze stemming kunnen verbeteren, is gebleken dat cafeïne mensen die van nature angstig zijn aangelegd, ernstig nerveus maakt.

Verschil tussen paniek en angst

“Er is een verschil tussen vrees en paniek”, vertelt psychiater dr. Koen Schruers van het Maastricht UMC+. “Als je zoveel last hebt van angst en vrees dat het je dagelijkse leven verstoort, spreek je van een angststoornis. Mensen kunnen bang zijn voor hoogtes, spinnen of lijden aan claustrofobie (engtevrees). Dit kan tot een stoornis leiden, dat je bijvoorbeeld geen lift in durft of de deur van een openbaar toilet niet dicht wil doen. Een paniekaanval komt daarentegen meestal plotseling opzetten. Mensen worden duizelig, krijgen hartkloppingen, gaan zweten. Bij de Eerste Harthulp in het Maastricht UMC+ herkennen we dit, maar in het buitenland word je vaak naar huis gestuurd met de boodschap; u mankeert niets. Terwijl er wel iets aan de hand is, alleen niet met je hart.”

Hoe herken je een angststoornis of paniekaanval?

Het is niet altijd eenvoudig om een angststoornis of een paniekaanval te herkennen. Een hele reeks verschijnselen kan wijzen op het ontwikkelen van een angststoornis. Verschijnselen die vaak in een mensenleven voorbij komen, maar ineens wel heel erg veel en in combinatie met elkaar én langdurig. Bijvoorbeeld: hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen, concentratieproblemen, gebrek aan eetlust, bange voorgevoelens, nervositeit, een gevoel van spanning en onrust. Een paniekaanval kun je onder meer herkennen aan duizeligheid, hartkloppingen, trillen, misselijkheid, een doof gevoel of tintelingen in armen en benen, een gevoel van onwerkelijkheid of je naar de film kijkt.

Wie heeft er het meeste last van?

Veel kleine kinderen lijden aan een of andere dwanghandeling, maar groeien daar vaak wel overheen. Een echte angststoornis ontwikkelt zich meestal in de late tienerjaren of begin twintig. En vaker bij vrouwen dan bij mannen. Dat kan heel goed met de hormoonhuishouding te maken hebben: paniekklachten nemen toe in de premenstruele periode, bij zwangerschap of net voor de menopauze. Ook dat bij sommige vrouwen de paniekaanvallen juist verdwijnen tijdens zwangerschap, geeft aan dat hormonen een sterke rol spelen. Dwangstoornissen komen overigens bij mannen en vrouwen even vaak voor. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat veel mannen het niet zo stoer vinden om toe te geven dat ze een angststoornis hebben en dat is dan weer van invloed op de cijfers.

De meest voorkomende angsten op een rijtje:

Sociale fobie
Iets meer dan 9 procent – ruim anderhalf miljoen mensen – van de Nederlandse bevolking  heeft in zijn leven ooit een sociale fobie gehad, oftewel een sociale angststoornis. Meedoen met onderzoek naar sociale angststoornis

Specifieke fobie
Denk aan: vliegangst, hoogtevrees, claustrofobie, angst voor de tandarts, voor spinnen of voor muizen. Wel 8 procent van de Nederlanders heeft last van zo’n fobie.

Paniekstoornis
Dat houdt in: regelmatige paniekaanvallen. In Nederland heeft bijna 4 procent van de mensen wel eens een paniekaanval gehad.

Paniekstoornis met agorafobie (straatvrees)
Komt best vaak voor: een combinatie van een paniekstoornis en straatvrees. Bij straatvrees is iemand heel erg bang voor plaatsen waar je je niet kunt verschuilen. Meer dan 3 procent van alle Nederlanders krijgt in zijn leven ooit straatvreesklachten.

Obsessieve compulsieve stoornis (dwangstoornis)
Het dwangmatig herhalen van bepaalde gedachten (obsessies) of handelingen (compulsies) of allebei. 1 tot 4 procent van de Nederlanders heeft ooit dwangklachten.

Gegeneraliseerde angststoornis (piekerstoornis)
Bij een piekerstoornis wordt er langdurig gepiekerd over dingen die eigenlijk gewoon horen bij het dagelijks leven, bijvoorbeeld geld en gezondheid. 4,5 procent van alle Nederlanders heeft in zijn leven een piekerstoornis.

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
Een posttraumatische stressstoornis is het gevolg van een traumatische gebeurtenis. Dat kan iedereen overkomen die iets naars meemaakt. Acuut of maanden later.

Meer op psychischegezondheid.nl/meer-weten-over-angst?

Bron: gezondidee.mumc.nl 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *