‘Privacy voldoende gewaarborgd bij GGZ-declaraties’

De privacy van patiënten is voldoende gewaarborgd bij declaratie in diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s) in de GGZ. Dat oordeelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de nieuwe beslissing op het bezwaar van een aantal vrijgevestigde psychiaters, psychologen en psychotherapeuten tegen de verplichting om op hun factuur diagnose-informatie te vermelden. Het vermelden van deze informatie is noodzakelijk en vormt geen onaanvaardbare inbreuk op de medische privacy, oordeelt de NZa.  
Enkele vrijgevestigde psychiaters, psychologen en psychotherapeuten gingen in 2008 in beroep tegen de verplichte vermelding van de diagnose-informatie op hun facturen. Zij vrezen dat verzekeraars deze gegevens van hun cliënten voor verkeerde doeleinden gebruiken. In augustus 2010 behandelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) het beroep en vroeg NZa haar besluit om vast te houden aan het verplicht vermelden van diagnose-informatie nader te onderbouwen. Dat heeft de NZa gedaan.  
Het vermelden van een vorm van diagnose-informatie op de declaratie is belangrijk voor patiënten en consumenten, vindt de NZa, omdat alleen zo inzichtelijk is waarvoor een zorgaanbieder declareert. Zo weten consumenten en verzekeraars welke zorg zij voor welke prijs geleverd krijgen en kunnen zij dit controleren.  
De NZa vindt de privacy van consumenten een zwaarwegend belang en vindt die privacy hier door tal van maatregelen voldoende beschermd. Artsen in de GGZ vermelden namelijk slechts de hoofddiagnosegroep op de declaratie, bijvoorbeeld ‘angststoornis’. Individuele details van de behandeling kennen alleen de arts en patiënt. Bovendien hebben zorgverzekeraars de privacybelangen van verzekerden in een nieuwe ‘Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars’ gewaarborgd. Overigens komt het zelden voor dat medewerkers van de verzekeraar de informatie uit de declaratie zien: 95% wordt elektronisch verwerkt, de overige 5% komt onder ogen van medewerkers met een strikte geheimhoudingsplicht.  
Het College voor Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft bij de invoering van het DBC-systeem in 2008 geoordeeld dat de verplichte vermelding in overeenstemming is met de Wet bescherming persoonsgegevens.
Naast de diagnose-informatie behandelde de NZa ook de inkomenseffecten van de invoering van DBC’s. De bezwaarmakers menen dat vrijgevestigde psychiaters te maken hebben gekregen met een inkomensdaling sinds de invoering van DBC’s. Onderzoek van de NZa toont aan dat dit niet het geval is. Er is dus geen reden om maatregelen te nemen om inkomenseffecten op te vangen.

Bron: website NZa, 8 april 2011

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *