Onderzoek Bart van U. “Er is veel misgegaan”

Politie, Openbaar Ministerie (OM) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) falen bij de inschatting van het gevaar dat verwarde mensen kunnen vormen voor de samenleving. Dat blijkt uit het onderzoek naar Bart van U.

Deze situatie moet zo snel mogelijk worden verbeterd, concludeert de commissie-Hoekstra in het onderzoek naar wat er is misgegaan rond Van U., die wordt verdacht van het doden van oud-minister Els Borst en zijn eigen zus.

“Er is veel misgegaan,” stelde commissievoorzitter Rein Jan Hoekstra donderdag bij de aanbieding van het rapport aan Herman Bolhaar, voorzitter van het College van procureur-generaals. De top van het OM gaf in februari opdracht tot dit onderzoek.

Van U. zit sinds 12 januari vast op verdenking van het doden van zijn zus in Rotterdam. Inmiddels is door een dna-spoor gebleken dat hij mogelijk ook te maken heeft met de gewelddadige dood van oud-minister Els Borst vorig jaar.

Hij kwam eerder in contact met justitie en er waren grote zorgen over zijn geestelijke gesteldheid, maar hij kreeg tegen de zin van het OM nooit psychiatrische hulp. Er werd bovendien geen dna-materiaal bij hem afgenomen.

Zorgen familie

Hoekstra zei bij de presentatie dat dat de ouders en broer en zussen van Van U. al sinds 2005 zorgen hadden over hun zoon en broer. Hij zou ook zelf de ernst van zijn problematiek hebben ingezien, maar vaak tevergeefs hebben aangeklopt bij instanties.

Van U. had zich meerdere keren bij de politie gemeld om een gevangenisstraf uit te zitten die hij eerder van het gerechtshof in Den Haag had gekregen voor verboden wapenbezit. Hoewel er een rechterlijk bevel tot gevangenneming was, belandde hij niet in de gevangenis.

De commissie adviseert dat de officier van justitie weer een belangrijke rol gaat spelen bij dit soort zaken.

Afname dna

Het onderzoek wijst uit dat de afname van dna bij veroordeelden niet goed verloopt. Ook de uitvoering van bevelen van rechters hiertoe moet worden verbeterd. Verder moet er veel beter worden omgegaan met signalen over mensen die gevaarlijk zijn, omdat ze psychische problemen hebben. “Dit vraagt om een betere en onmiddellijke aanpak”, benadrukt de commissie.

“Bij Bart van U. is geen dna afgenomen, terwijl dat op grond van de huidige wet- en regelgeving wel had gemoeten”, concluderen de onderzoekers. “Die regelgeving is ingewikkeld en beantwoordt door problemen in de uitvoering niet aan de doelstelling van de wet.”

Deze situatie is onder meer het OM aan te rekenen, vindt de commissie. Het functioneren van het OM moet op dit gebied verbeteren. De commissie Hoekstra pleit daarom voor de afname van dna als iemand wordt aangehouden. Nu gebeurt dat pas na een veroordeling.

Dit betekent dat de huidige wetgeving moet worden aangepast. In de tussentijd zou de tussenperiode tussen veroordeling en afname van dna – wat nu soms een halfjaar kan duren – verkort moeten worden. “Het liefst meteen na de veroordeling in de rechtszaal”, zei Hoekstra.

Reactie OM

Bolhaar sprak in een reactie allereerst zijn medeleven uit aan de families van Van U. en Borst. “De bevindingen raken ons intenst. De conclusies en aanbevelingen zijn ernstig. Daarvoor biedt het OM zijn verontschuldigingen aan aan de nabestaanden.”

Het OM neemt de conclusies en aanbevelingen zeer ter harte.

Dat Van U. tevergeefs bij instanties aanklopte is “een schokkende constatering”, aldus Bolhaar.

“We zullen ons als samenleving ernstig moeten inspannen om hulp te bieden aan verwarde personen”, vervolgde hij. Dat vraagt samenwerking tussen strafrechtelijke, civiele en maatschappelijke instanties, aldus Bolhaar. “Het OM moet daarin zijn verantwoordelijkheid nemen.

Waandenkbeelden

Van U. zou lijden aan waandenkbeelden en allesoverheersende angsten voor een islamitische terreuraanslag.

Het Openbaar Ministerie (OM) stelde eind januari een onderzoekscommissie in die de geschiedenis rond Van U. “grondig en breed” moest gaan bekijken.

De voorzitter van de onafhankelijke commissie is Rein Jan Hoekstra, voormalig lid van de Raad van State. De andere leden zijn Leo de Wit (oud-hoofdofficier en voorzitter van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming), Eppo van Hoorn (oud-korpschef) en Rembrandt Zuijderhoudt (psychiater).

 

Bron en verdere informatie : nu.nl 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *