“Ik ben eindelijk een beetje mezelf geworden”

Peter, 45 jaar oud, vertelt over zijn behandeling bij de ‘deeltijdbehandeling persoonlijkheidsstoornissen’. Hij volgde een half jaar schematherapie en zat daarna in de ‘eendaagse resocialiserende deeltijdgroep’. In juli 2014 rond hij zijn behandeling af met een eindgesprek. Peter is er klaar voor! ‘Als je van te voren weet wat het je gaat brengen ga je het gewoon doen’, legt Peter uit. ‘Het is een mooie combinatie van therapieën, je komt even in een snelkookpan en moet wel bereid zijn ervoor te gaan.’

Wat was er aan de hand?
Peter had een aantal jaren achter elkaar, soms langere periodes dagelijks hoofdpijn. Met die klachten ging hij naar zijn huisarts. Die stuurde hem door naar de neuroloog. Daar werd van alles onderzocht, scans gemaakt, testen gedaan. De arts streepte af wat het allemaal niet was. Toen bleef spanningshoofdpijn over. Daarmee werd Peter doorgestuurd naar een psycholoog in het Meander ziekenhuis. Na een onderzoek, bestaande uit zo’n 600 vragen rond persoonlijkheidsafwijkingen, kwam er depressie naar voren. Ondertussen had Peter ook een burn-out maar nog geen adequate behandeling. De psycholoog verwees hem toen door naar de ‘deeltijdbehandeling persoonlijkheidsstoornissen’. Een specialistisch landelijk centrum met psychotherapiebehandelingen gericht op persoonlijkheidsstoornissen.

Groepsbehandeling
Peter koos ervoor om hier aan de slag te gaan, in de deeltijd, twee dagen in de week. Hij legt uit dat het ontzettend belangrijk voor hem was dat hij vertrouwen had in de behandeling. Hij was ervan overtuigd dat ze bij de GGz Centraal goed weten wat ze doen. Daardoor is de behandeling ook goed aangeslagen.
Op elk van de twee behandeldagen had Peter drie blokken van anderhalf uur groepstherapie. Elk blok was weer anders: gesprekken, theorie, rollenspellen, creatief met de handen bezig zijn en ook muziektherapie.
Ook lunchen doe je in de groep. Het is een groepsbehandeling. Dat vond Peter in het begin best wennen. Als manager was hij gewend ‘te prijzen in de groep maar aan te spreken onder vier ogen’. Hier werd alles met elkaar gedeeld. Je leert in de groep om niet de problemen van de ander op te lossen. De groep accepteert dat ook niet. Als de therapeut je ergens niet op aanspreekt doet de groep dat wel. Iedereen is erg intensief op elkaar betrokken. Ook je houding en gedrag worden besproken.

Had de behandeling effect?
Peter vertelt: ‘Het is een golfbeweging. In het begin merk je veel effect. Daarna staat het weer even stil. Dat hoort erbij, dat legde de therapeut ons ook uit. In de cognitieve blokken leerde de groep hoe dingen technische werken en oefenden we in rollenspellen. In de sociogroepen bespraken we situaties uit de afgelopen week waarin we anders reageerden dan andere mensen.
Iedereen heeft een karakter, dat zou je kunnen zien als een unieke combinatie van afwijkingen van anderen. Op het moment dat een van je afwijkingen storend wordt voor jezelf of voor anderen noem je het geen karakter meer, maar een stoornis. Nu zeggen mensen tegen me, Peter, wat ben je veranderd.’

Schematherapie
De behandeling is gebaseerd op schematherapie. Je karakter wordt gevormd door 11 gebieden. Daarin kunnen afwijkingen zitten. Peter was te perfectionistisch en paste zich extreem aan, aan anderen. Anderen vinden dat vaak best prettig. En als je dat jarenlang doet raak je jezelf kwijt; je ziet alleen nog maar het belang van anderen. Dat uitte zich in hoofdpijn en een burn-out.
Nu pakt Peter dingen heel anders aan. Stap 1: herkennen wanneer je in een valkuil dreigt te stappen. Dat is vaak al voldoende om de valkuil te vermijden. Stap 2: je hebt geoefend om anders met de situatie om te gaan. Door het schema te veranderen verander je het ‘script’, ofwel hoe je zelf automatisch reageert op zaken. Daardoor verander je jezelf.
Daarnaast leerde Peter zuiver te communiceren. De basisregel van feedback is zaken bij jezelf te houden. Daardoor ging hij geweldloos communiceren en bouwde hij geen spanning meer op.

Wilskracht
Peter: ‘Je kunt hier veel halen, als je maar wilt. Alleen voldoen aan de regels werkt niet. Je ziet mensen ook worstelen. Het is ook fysiek erg uitputtend, terwijl je alleen maar met hoofd bezig denkt te zijn. Je hebt daarnaast tijd nodig om te herstellen. Ik moest soms ook wel wennen aan therapeuten. Met mijn managementachtergrond was ik soms ook wel sceptisch over het ‘geitenwollensokken gedoe’. Je moet er zelf voor willen gaan en de staf vertrouwen. Ik had ook een blok muziek luisteren, maken en zingen. In het begin dacht ik wat moet ik hiermee? Maar muziek is een indirecte manier om dingen te verwerken. Ik heb hier geleerd om van muziek te houden. Bij de beeldende therapie werkt dat op een andere manier. Dat werkt directer maar ook daar kun je jezelf krachtig uiten. Ik ben vrijer geworden. Heb bij mijn afscheid van de groep een frans afscheidsliedje, solo, gezongen. Ik ben veel sterker geworden, ben nu 45 jaar maar nu pas helemaal mezelf geworden.’

Hard werken
‘Ik geef nu ook vaker feedback op mijn werk. Heb geleerd meer gebalanceerd te communiceren. Als ik verbeterpunten benoem, benoem ik er nu positieve dingen naast. Ook mijn omgeving is er blij mee. Ik gebruik nog wel medicatie tegen depressie. Die medicatie moet ik waarschijnlijk wel langdurig blijven slikken maar ik heb nu een goede dosering met nauwelijks bijwerkingen. Ik mis een stofje in mijn hoofd, zo zie ik dat zelf, en dat wordt nu aangevuld. Ik heb ook geleerd hoe belangrijk het ook voor de ander is om begrip te tonen, ook al voel jij jezelf slachtoffer. Het was hier hard werken en als je erin zit doet het pijn, is het zweten. Daarna ben je jezelf geworden en kun je wat!’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Peter gefingeerd. Peter is aan het re-integreren en helaas bestaan er nog vooroordelen over mensen die een psychiatrische behandeling hebben ondergaan.

Bron: Ggzcentraal.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *